De
Artilleriebeobachtungsstand was één van de weinige bunkertypes die
rechtstreeks aangesloten was op het militaire telefoonnet. Vanuit deze
waarnemingspost werd het front permanent geobserveerd en werden
vijandelijke bewegingen en vuurwaarnemingen telefonisch doorgemeld aan
de achtergelegen AGruKo (Artillerie-Gruppen-Kommandeur).
De
bunker beschikte over één enkele toegang, afgesloten met een klapdeur.
Verder was hij uitgerust met een opvangputje voor hemelwater, een
bunkerkachel, een telefoonaansluiting en een kleine Nachrichtenraum. In
de achtermuur bevonden zich twee ventilatieopeningen die afgesloten
konden worden met houten deksels.
Het
eigenlijke Beobachtungsraum lag via één trede iets hoger dan de overige
ruimte. Van hieruit kon men, beschut onder een pantserstalen koepel met
een gewicht van circa 950 kg, het voorterrein observeren. Deze koepel
had een dikte van 3 cm en was vervaardigd uit nikkelstaal. Dit materiaal
bood een bescherming die vergelijkbaar was met een gewapend betonnen
dak van circa één meter dikte en kon een directe voltreffer tot maximaal
15 cm kaliber weerstaan.
De
koepel was voorzien van een afsluitbaar kijkluik voor direct zicht,
evenals van een periscoopopening dat met een schuifluik kon worden
afgesloten. Via deze opening kon een periscoop worden geplaatst om het
front veilig en langdurig te observeren zonder de bunker te verlaten.
De
afkorting AB staat voor Artilleriebeobachtungsstand. Het Romeinse
cijfer I duidt op de ligging in de eerste linie; het daaropvolgende
nummer verwijst naar het volgnummer van dit bunkertype over de volledige
linie. In het Nordabschnitt werden in totaal dertien exemplaren in
Eisenbeton gebouwd. Daarvan zijn er vandaag met zekerheid minstens acht
verdwenen. Met slechts vijf gekende resterende exemplaren mag dit
bunkertype dan ook als zeldzaam worden beschouwd.
Bovenstaande
foto’s tonen de bunker in de toestand zoals die in 2011 werd
aangetroffen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de bunker in opdracht
van de Duitse bezetter dichtgemetseld. In het Abschnitt Antwerpen
beschikten de Duitsers niet over voldoende manschappen om het oude front
uit de Eerste Wereldoorlog opnieuw volledig te bemannen. In plaats
daarvan werd een nieuw landfront uitgebouwd, dichter bij de stad, tussen
Fort Merksem en Fort 8. Hierdoor werd de totale frontlengte aanzienlijk
ingekort, wat toeliet het gebied met minder troepen te verdedigen.
De
oudere stellingen, waaronder deze bunker, werden daarop buiten gebruik
gesteld en dichtgemetseld met een bakstenen muur van minstens 60 cm dik.
Deze werken werden uitgevoerd door de Organisation Todt, die met deze
taak belast was. Het doel hiervan was te voorkomen dat de verlaten
bunkerlinie door vijandelijke luchtlandingstroepen zou kunnen worden
hergebruikt als uitvalsbasis achter de Duitse linies.
Bovenstaande
foto’s werden genomen in 2013 en 2014. In die periode kregen wij de
opdracht om de bunker opnieuw open te breken. Daarbij werd de tijdens de
Tweede Wereldoorlog aangebrachte bakstenen afsluitmuur volledig
verwijderd en werd de bunker grondig gereinigd en borstelschoon gemaakt.
Vervolgens
werd de bunker door de dienst erfgoed geïnventariseerd en kreeg hij een
beschermde status. In het kader van deze herbestemming werden het
periscoopgat en de ventilatieopeningen afgesloten. Daarnaast werd een
binnenafsluiting in betonplex geplaatst en een nieuwe gegalvaniseerde
stalen buitendeur aangebracht. Hierdoor werd de bunker ingericht als een
tochtvrije overwinteringsplaats voor vleermuizen.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)