Onderstaand
vind je een vertaling van een brief die we in het Moskou-archief hebben
teruggevonden. Het document is opgesteld in Kurrentschrift (oud Duits
handschrift) en werd met behulp van een online OCR-tool omgezet en
vervolgens handmatig gecontroleerd.
De
brief is gericht aan het Forstamt van Kapellen en geeft een inkijk in
de boskap- en controlepraktijk tijdens de Duitse bezetting in 1918.
Hieronder staan zowel de oorspronkelijke Duitse tekst als de Nederlandse
vertaling.
Schilde, den 20. X. 18.
An
das Forstamt Kapellen
Seitens
des Ostabschnittes wird anscheinend Antragen auf Fällerlaubnis seitens
der Belgier, ohne das Forstamt davon vorher in Kenntnis zu setzen,
stattgegeben. So habe ich am Freitag den 18. ds. Vorm. folgendes
feststellen können. Als ich mich auf dem Wege nach dem Lagerplatze
südlich des Steinweges Schilde–Gravenwezel befand, stand an der
Schneise, in der der Lenkstrang des Forstkommandos liegt, ein Holzwagen,
und ich hörte Leute beim Holzfällen. Da dieses Holz – dem Baron Geller
gehörig – beschlagnahmt ist, ging ich nach dem Platze, auf dem ich
Stimmen hörte, und fand 3 Belgier damit beschäftigt, eingefällte Stämme
aus dem Busch zu ziehen. Ich stellte die Leute zur Rede, und der
Besitzer M. Wens aus Westmalle wies mir ein Schreiben des Ostabschnittes
v. 9. I. 18, Tgb. Nr. 7405, vor, wonach ihm die Erlaubnis zum Fällen
von 15 Tannen und 1 Eiche in der Gemeinde Gravenwezel,
Sekt. B, und 1 Eiche in der Gemeinde St. Job, Sekt. A, erteilt worden ist.
Die
Waldungen des Baron Geller sind gerade vom Forstamt zum Fällen der für
den Heeresbedarf nötigen Hölzer vor gesehen und müssten deshalb solche
Anträge zunächst dem Forstamt zur Kenntnis vorgelegt werden, auch wenn
sie, wie im obigen Falle, im Ostabschnitt liegen.
Vorkommenden Fälle im Ostabschnitt bringen.
Wens Fälle wird bis zum Eintreffen S. eingestellt.
(Gezeichnet) Gefreiter.
Schilde, 20 januari 1918
Aan
het Bosbeheer Kapellen
Vanuit
de oostelijke sector wordt blijkbaar gevolg gegeven aan aanvragen voor
kapvergunning door Belgen, zonder dat het bosbeheer daarvan vooraf op de
hoogte wordt gebracht. Op vrijdag de 18de van deze maand kon ik het
volgende vaststellen. Toen ik mij op de weg naar de kampplaats ten
zuiden van de Steenweg Schilde–Gravenwezel bevond, stond er aan de
brandgang, waar de leidingslijn van het
boscommando
loopt, een houtwagen, en ik hoorde mensen hout hakken. Aangezien dit
hout — eigendom van baron Geller — in beslag genomen is, ging ik naar de
plaats waar ik stemmen hoorde en trof ik drie Belgen aan die bezig
waren geveld hout uit het struikgewas te slepen. Ik sprak de mannen aan,
en de eigenaar, M. Wens uit Westmalle, toonde mij een schrijven van de
Oostelijke Sector van 9 januari 1918, dagboeknummer 7405, waarin hem
toestemming werd verleend voor het vellen van 15 sparren en 1 eik in de
gemeente Gravenwezel, sectie B, en 1 eik in de gemeente Sint-Job, sectie
A.
De
bossen van baron Geller zijn echter door het bosbeheer aangewezen voor
de houtkap die nodig is voor het leger en daarom moeten dergelijke
aanvragen eerst aan het bosbeheer worden voorgelegd, ook wanneer ze —
zoals in bovenstaand geval — in de Oostelijke Sector liggen.
Voorkomende gevallen in de Oostelijke Sector moeten worden gemeld.
De houtkap van Wens wordt opgeschort totdat S. is ingekomen.
(Handtekening), korporaal
Kapellen, 23 oktober 1918