zaterdag 11 juli 2026

Unterschlupf für 18 mann (sitzend) (U.8)

  51°17'11.92"N 4°31'4.42"E


De Unterschlupf für 18 Mann was het meest voorkomende manschappenbunkertype binnen de Kaiserliche Fortifikation Antwerpen en werd op grote schaal toegepast langs de volledige verdedigingsgordel. Deze middelgrote manschappenbunker uit de Eerste Wereldoorlog was ontworpen om onderdak te bieden aan een bezetting van achttien militairen, die plaatsnamen op eenvoudige houten zitbanken. De bunker werd volgens de Duitse bouwvoorschriften uitgevoerd in gewapend beton en was berekend op een rechtstreekse voltreffer van een 15 cm-artilleriegranaat.

De bunker beschikt over twee toegangssassen, die oorspronkelijk werden afgesloten met dubbele houten klapdeuren. In elk toegangssas bevindt zich een sterfputje waarin regen- en insijpelend water werd opgevangen, zodat het niet in het verblijfslokaal terechtkwam.

Om de bunker tijdens de wintermaanden te kunnen verwarmen, was een bunkerkachel voorzien in een speciaal daarvoor aangebrachte nis. De rook werd via een horizontale afvoerbuis door de buitenmuur geleid en vervolgens langs de buitenzijde verticaal afgevoerd.

Voor de verlichting van het Bereitschaftsraum werden twee nissen voorzien voor petroleumlampen. Daarnaast bevinden zich twee grote muurnissen waarin de bemanning haar geweren en ander materieel kon opbergen.

Tijdens beschietingen mochten de manschappen de betonnen muren nicht berühren ("aanraken"), omdat de wanden bij nabij inslaande artilleriegranaten hevig konden trillen (da Wände federn). De schokgolven konden daarbij zo krachtig zijn dat een soldaat die met zijn rug tegen de muur leunde ernstige verwondingen aan de wervelkolom kon oplopen. Het moet bijzonder zwaar geweest zijn om tijdens langdurige artilleriebeschietingen uren- of zelfs dagenlang rechtop op de houten banken te zitten zonder de muren te mogen aanraken.

De bunker beschikt bovendien over een verticaal Periskoploch, waarin een periscoop kon worden geplaatst om het voorliggende terrein veilig te observeren. Wanneer deze opening niet in gebruik was, kon zij langs de binnenzijde met een houten luikje worden afgesloten.

In de achterwand bevinden zich ten slotte vier ventilatieopeningen die deel uitmaakten van een afzonderlijk zomer- en winterventilatiesysteem. Afhankelijk van het seizoen kon tussen beide ventilatiecircuits worden gewisseld om een optimale luchtcirculatie in de bunker te bekomen. De ventilatieopeningen konden bovendien langs de binnenzijde met houten dekseltjes worden afgesloten om tocht, stof en gas zoveel mogelijk buiten te houden.


Foto's uit de collectie van Jean Rijlant (†)


Plattegrond getekend door Tom Oliviers